logo

Ed Dukkers

Zandvoort 1923 - 1996 Amsterdam

Ed Dukkers, opgeleid aan de afdeling grafiek van de Kunstnijverheidsschool pakt, na zijn tewerkstelling in Duitsland, de oorlog al snel de draad van het schilderen weer op. Dat blijft niet onopgemerkt. In 1946 selecteert Willem Sandberg hem voor de tentoonstelling  "Tien jonge schilders ", waaraan onder meer ook Appel, Corneille en Rooskens deelnemen en waarmee Sandberg het nieuwe elan in de naoorlogse schilderkunst wil laten zien. Zoals bij velen in die tijd zijn ook bij Dukkers expressionistische tendensen waar te nemen, maar hij blijkt zijn doelen al snel anders te stellen. Ondanks zijn zeer goed kontakten met kunstenaars die stromingen en bewegingen als CoBrA en Vrij Beelden oprichten geeft hij er de voorkeur aan zijn eigen weg te zoeken. Bang dat manifesten, stromingen, en bewegingen zijn eigen keuzes zouden beperken. Literaire, surrealistische thema's hebben zijn belangstelling, waarin dood, erotiek en rituelen dicht met elkaar verweven zijn. Dukkers tekent en schildert met een lichtvoetige lijnvoering thema s uit de Commedia dell arte en het Mexico uit de prenten van Posada. In Zuid-Europa, waar hij rondreist na het winnen van de Tetar van Elvenprijs in 1951, treft hij hetzelfde, door sommigen als luchthartig en katholiek benoemde levensgevoel. In de 80er jaren lijkt er in zijn werk en dat van Reinier Lucassen sprake van wederzijdse beinvloeding.