logo
menu icon

George Beer

Surabaya (Indonesië) 1872-1944 Cimaha (Indonesië)

in 1920 verscheen het boek ' De Indische schilderijen van George Beer' door kunsthistorica Carla van Beers. De grotendeels nieuwe informatie over Beer komt voort uit deze publicatie. In het boek reconstrueert Carla van Beers het leven van George Beer naar aanleiding van de Villa in Hattem die hij in 1920 als rentenier met zijn gezin betrok. Beer had bijna 25 jaar in Nederlands Indië gewerkt als administrateur op een tabaksplantage. De door hem gekochte villa Rosenheim wordt na een paar jaar omgedoopt tot villa Berenhove. Al in Nederlandse-Indië was Beer als verdienstelijk amateurschilder actief in de Nederlands-Indische kunstscene. Daar Nederlands-Indië tot na de oprichting van een kunstopleiding in Bandung na de tweede wereldoorlog geen kunstopleiding kent wordt het kunstleven in de kolonie grotendeels georganiseerd door enthousiaste amateurs en dilettanten. Het kunstleven wordt georganiseerd vanuit stedelijk of regionaal georganiseerde kunstkringen. Voor zijn vertrek naar Nederland is Beer betrokken bij de oprichting van de Bond van Nederlandse-Indische Kunstkringen. Hij wordt genoemd als lid vanuit de stad Jogjakarta. Na zijn verhuizing naar Hattem richt hij in 1924 de Zwolsche Kunstkring op. In 1927 wordt het werk van Beer getoond door de in die tijd gerenommeerde kunsthandel Kleykamp in Den Haag. In een recensie over deze tentoonstelling in de Telegraaf wordt het werk van George Beer lovend beschreven en worden zijn werken in hun kleur en peinture vergeleken met dat van de Haagse school schilders. Als George Beer bij de beurskrach van 1929 een groot deel van zijn opgebouwde vermogen verliest wijkt hij uit naar Mallorca maar als hij daar overvallen wordt door de uitbraak van de Spaanse burgeroorlog verhuist hij met medeneming van zijn kunstcollectie naar Nederlands-Indië. Bij de Japanse inval begraaft hij zijn waardevolle kunstcollectie, waaronder een schilderij van Isaac Israels, in een waterput in de tuin. Beer wordt door de Japanners geïnterneerd en overlijdt in 1944 in het Japanse concentratiekamp Cimaha bij Bandung. Na de oorlog blijkt zijn kostbare kunstcollectie verdwenen.