logo
menu icon

Jan Wittenberg

Den Haag 1886 - 1963 Wageningen

Jan Hendrik Wittenberg wordt in 1886 geboren in den Haag. Al van jongs af aan wil hij kunstschilder worden. Hij volgt de avondlessen aan de Haagse academie alwaar hij naar gipsmodellen leert tekenen. Zijn ouders zien weinig in het kunstenaarsvak en weten voor hem een plek te bemachtigen als jongste bediende op een belastingkantoor. Jan kiest echter voor het kunstenaarsschap. In 1908 werkt hij een half jaar lang op het atelier van Floris Arntzenius, ook bezoekt hij weer de Haagse academie hoewel hij deze opleiding nooit geheel zou voltooien. Wittenberg verlaat Den Haag en werkt vervolgens in Zierikzee en Dordrecht alwaar hij zijn latere vrouw ontmoet. Wittenberg in trouwt in 1916 en vestigt hij zich in Rhoon bij Rotterdam. Vanaf 1920 geeft hij les aan de academie voor beeldende kunst in Rotterdam. In 1927 geeft hij deze positie op omdat hij niet voldoende aan zijn eigen werk toekomt en hij het idee heeft van zijn eigen werk te kunnen leven. Inmiddels heeft hij zich ontwikkeld tot een knap schilder van kleine en intieme werken met een grote voorkeur voor dieren en kleine stillevens. Daarnaast toont hij zich een knap graficus . Jan Mankes wordt ook gerekend tot de Bremmerianen, kunstenaars waarmee kunstpedagoog H.P. Bremmer veel contact had en die dan ook vaak voorkomen in de zogenaamde 'Bremmeriaanse verzamelingen'. Vaak wordt er gewezen op de grote verwantschap die het werk heeft met dat van Jan Mankes. De overeenkomst ligt in hun beider voorkeur voor verfijnde werken op kleine formaten van kwetsbare onderwerpen als kinderen, stillevens en dieren. Vanaf het begin is er belangstelling voor het werk van Wittenberg. Tussen 1912 en 1940 neemt hij aan ten minste 25 exposities deel en ontvang zijn werk vrijwel altijd positieve recensies.